When Happy Meets Healthy

Optimize your lifestyle with a smile

0

Vet goed!

Dat vet goed voor je is, is op dit moment bepaald nog niet ‘ingeburgerd’. Vraag een willekeurig persoon maar eens of vet gezond of heel ongezond voor je is. In de meeste gevallen zal het antwoord op het laatst genoemde neerkomen. Hoe kan het toch dat veel mensen juist veel vetten tekort komen en hierdoor allerlei (chronische) ziekten ontwikkelen? Vet heeft nog steeds een niet al te best  imago en komt daar ook niet zo maar weer van af. Wat is er voor nodig om vet ‘uit de put’ te halen zodat het aantal mensen met chronische ziekten zoals hart- en vaatziekten en diabetes eindelijk af gaat nemen? Het percentage vetten dat we eten verschilt weliswaar niet zo veel van toen we ons uit de natuur voeden (oervoeding), het soort en de kwaliteit  daarentegen des te meer! Daarover wil ik wat vertellen in dit artikel.

Ik herinner me nog wat uit de ‘goede vet tijd’,  namelijk de echte roomboter die mijn oma had. Mijn oma had altijd roomboter in huis. Er werd in gebakken, gebraden en op brood gesmeerd. De goudgele kleur en de smaak is me altijd bijgebleven. Ik kreeg altijd een extra hoeveelheid omdat het bij mij dienst deed om groenten zoals witlof, waar ik als klein kind van griezelde, binnen te krijgen. Een extra stuk romige boter verdoezelde de vreselijk bittere smaak die witlof voor mij had. Op die manier at ik bij mijn oma alle groenten die ik thuis pertinent weigerde. Thuis hadden wij hoogstzelden roomboter, altijd margarine of namaakboter zoals het woordenboek ook vermeld! Daar moet je toch ook je vraagtekens bij zetten! Ik tenminste wel. Namaak, niet echt dus, niet natuurlijk. De roomboter van toen had ik omgedoopt tot oma’s boter. Oma en opa hadden geen hart- en vaatziekten, diabetes en al helemaal geen overgewicht, in tegendeel. Ze werden meer dan tachtig jaar oud in goede gezondheid en aten veel vet, vooral roomboter dus die vooral ook erg lekker was. Dit kun je van de gewone supermarkt roomboter, wat bepaald niet goudgeel van kleur is niet zeggen. Vaak zit er nauwelijks smaak aan en komt aardig richting namaakboter, maar dan minder ‘petrochemisch’.

Heel langzaam komt roomboter weer terug van veertig tot vijftig jaar weg geweest te zijn. Roomboter behoort tot de verzadigde vetten en daar zit ’t hem nou juist in. Verzadigde vetten zijn slecht voor je roepen veel mensen. Ik ontmoet regelmatig mensen die heel trots vertellen dat ze weinig vetten eten en denken heel goed bezig te zijn met hun gezondheid. Ze nemen of geen boter op hun brood of besmeren crackers of volkorenboterham met halvarine of becel-light. Ook al hebben ze geen grammetje overgewicht, vet blijft buiten de deur. Puur een gewoonte geworden, maar vooral ook door de boodschap die we zeker al sinds de zeventiger jaren te horen krijgen via de media. Vet is slecht, je krijgt er hart- en vaatziekten van en daarom geen verzadigd vet zoals roomboter. Nou ja boodschap is zwak uitgedrukt. Beter kun je spreken van een soort hersenspoeling. Bij veel mensen is het er nauwelijks meer uit te krijgen. Zij kunnen zich niet voorstellen dat vet, zeker roomboter, goed voor je is. Goed om in te bakken en braden en je rijstwafel, cracker of boterham mee te besmeren. Een verzadigd vet zoals roomboter is goed voor je en heb je absoluut nodig om al je organen optimaal te laten functioneren en in het bijzonder voor je hormonen. Als je hormoonhuishouding in balans is, dan zit je letterlijk goed in je vel.

Door de vele reclameboodschappen die vet in een slecht daglicht gezet hebben, zijn we vooral producten die termen zoals 0% vet, ‘50% minder vet’ gaan kopen. Dit is vooral goed geweest, en is dat nog steeds, voor de fabrikanten die als doel hebben meer te verdienen aan ons. De jarenlange reclamecampagnes hebben hun vruchten afgeworpen. We geloven het, hebben het geïntegreerd in ons bewustzijn. Alles wat minder vet is kunnen we met een gerust hart eten. Op hoeveel producten zou het staan inmiddels, daar ben ik heel benieuwd naar. Heb jij je wel eens afgevraagd wat er dan voor dat vet, wat er niet (meer) in zit, voor in de plaats gekomen is? Ergens klopt er iets niet natuurlijk en waarom hebben we ons dat niet of onvoldoende afgevraagd? Of wat hebben de fabrikanten dan met dat vet gedaan.

Vaak bevatten in de fabriek bewerkte vetten transvetten. Dit vet ontstaat als je onverzadigde vetzuren gaat verhitten bijvoorbeeld door te frituren of te bakken met plantaardige oliën. Je komt transvetten tegen in producten als koekjes, chips, kant-en –klaar maaltijden, zoutjes, soep, margarine, halvarines, lightproducten, pizza’s en andere zoetigheden. De vetten worden in de fabriek mechanisch gehard, geraffineerd, ontgeurd en verhit. Uit deze producten kun je echt geen gezonde voedingsstoffen meer halen. Kijk maar eens op het etiket van koekjes of zoutjes bijvoorbeeld. Er staat dan op geheel of gedeeltelijk gehard of gehydrogeneerde vetten. Transvetten zijn slechte vetten die door je lichaam niet afgebroken kunnen worden en zorgen voor een ongewenste vetopslag, overgewicht en ontstekingsprocessen in je lichaam en kunnen vaten dichtslibben. Producten waar deze vetten in zitten moet je vermijden. Kijk maar eens hoeveel mensen hart- en vaatziekten, diabetes 2, een hoog cholesterol gehalte en overgewicht hebben.  Eigenlijk zou je deze producten geen voedingsmiddelen, maar vulmiddelen moeten noemen! Voedend zijn ze zeker niet, alleen maar vullend. Toch ligt de supermarkt vol met producten die deze slechte vetten bevatten. Let ook maar eens op de vele soorten bak- en  braadproducten, die allemaal chemisch bewerkt zijn en gemaakt  van goedkope plantaardige oliën, bijv.  mais- en zonnebloemolie,  waaruit de waardevolle voedingsstoffen vernietigd zijn. Lees  ook bij al deze producten vooral heel goed de etiketten!

Verzadigde vetten zoals in roomboter en kokosolie zijn heel gezond en leveren een heel belangrijke bijdrage aan je gezondheid.  Tenminste 28-30% van je voeding zou uit goede vetzuren moeten bestaan. Te weinig goede vetten eten betekent dat je lichaam de in vet oplosbare vitaminen zoals A,D,E en K minder goed opneemt. Heel veel mensen hebben een tekort aan goede vetten. Om een voorbeeld te noemen: als je een tomaat eet met een beetje vet zoals olijfolie, extra vierge, dan kun je de vitaminen veel beter opnemen. Olijfolie is een enkelvoudig onverzadigd vet en een goede bron van omega-9. In vette vis, lijnzaadolie en walnoten zit veel omega-3. Vetten zijn net zo belangrijk als groenten en fruit en heb je dus ook dagelijks nodig. Goede vetten helpen ook nog eens bij de bestrijding van vrije radicalen waar we dagelijks aan blootgesteld worden. Een balans in de omega-3-6-9 is erg belangrijk.

Een boek over alle ins- en outs over vetten dat ik je aan kan bevelen is ‘Feiten over vetten’ van Mari G. Enig, voedingsdeskundige en vetexpert. Ook het boek  ‘Vitale vetten en fatale vetten’ van Udo Erasmus is een aanrader! De tegenstrijdige berichten over vetten maken het er misschien niet altijd gemakkelijk op, maar met een beetje gezond verstand  en de nodige scepsis tegenover de reclameboodschappen afkomstig van de fabrikant die zijn winsten graag jaarlijks ziet stijgen, komen we een heel eind. Die reclameboodschappen hebben niet of nauwelijks geleid tot een betere gezondheid. Dat verzadigde vetten ongezond zijn is al lang achterhaald, daar zijn de meeste wetenschappers het wel over eens. Vet krijgt gelukkig steeds meer positieve aandacht, vet goed voor je gezondheid!

 

gezonde vetten

Claudia • 28 oktober 2012


Previous Post

Next Post